Overslaan en naar de inhoud gaan

TDM-Vancomycine

J - Antiinfectives For Systemic Use -> J01 - Antibacterials For Systemic Use -> J01X - Other Antibacterials -> J01XA - Glycopeptide Antibacterials -> J01XA01 - Vancomycin

Vancomycine kent een grote interindividuele variabiliteit en bij langdurig hoge vancomycinespiegels bestaat er, vooral in combinatie met andere potentieel nefrotoxische middelen, een verhoogde kans op het ontwikkelen van nierfunctiestoornissen. Het controleren van spiegels is bedoeld voor het waarborgen van voldoende effectieve therapie zonder onnodig hoge waarden te bereiken.

 

Toedieningsweg & TDM

  • Intraveneus: De vancomycinespiegels moet altijd worden uitgevoerd.
  • Intraperitoneaal: Er bestaat discussie omtrent het bepalen van spiegels van vancomycine intraperitoneaal bij patiënten die worden behandeld voor een peritonitis. Het bepalen van vancomycinespiegels geeft weinig informatie over de effectiviteit van vancomycine intraperitoneaal, maar kan worden overwogen om toxiciteit te voorkomen. Indien er wordt gekozen om spiegels te bepalen, wordt het interval van de vancomycine dosering bepaald door de uitslag van de spiegel.

 

Op welk tijdstip & hoe vaak TDM

Intraveneus:

  • Spiegelcontrole moet, onafhankelijk van de nierfunctie, 24 uur na het starten van een continu infuus en 48 uur na het starten van een intermitterend infuus, worden uitgevoerd. Na elke dosisaanpassing opnieuw spiegel controleren.
    • Intermitterende infusie: dalspiegel. Een dalspiegel moet vlak voor een nieuwe gift worden afgenomen. Op indicatie kan een topspiegel 1 uur na het einde van een gift worden afgenomen.
    • Continue infusie: steady state spiegel.
    • Indien therapeutische spiegel is bereikt en indien poliklinische / klinische situatie niet stabiel: 2x per week spiegelcontrole.
    • Indien therapeutische spiegel is bereikt en indien poliklinische / klinische situatie stabiel: 1x per week spiegelcontrole.
  • Bij hemodialyse (HD) moet een dalspiegel voorafgaand aan de volgende behandeling worden afgenomen (pre-dialyse). Een spiegel voor en na behandeling met de kunstnier geeft inzicht in de klaring door de kunstnier. Na elke dosisaanpassing opnieuw spiegel controleren.
    • Indien therapeutische spiegel is bereikt en indien poliklinische situatie niet stabiel: 2-3x per week spiegelcontrole.
    • Indien therapeutische spiegel is bereikt en indien poliklinische situatie stabiel: 1x per week spiegelcontrole.
  • NB. Het monster moet altijd uit een andere arm dan de infuusarm worden afgenomen.

 

Intraperitoneaal

  • Vancomycine wordt gegeven als eenmalige dosis, waarna spiegelcontrole à 3-7 dagen kan volgen in overleg met (ziekenhuis)apotheker. Het interval van de vancomycine dosering wordt bepaald door de uitslag van de spiegel.

 

Streefwaarde spiegel

Intraveneus:

  • Intermitterende infusie: totale blootstelling (AUC) 400 – 600 mg*h/L (dalspiegel 10 – 15 mg/L)
  • Continue infusie: totale blootstelling (AUC) 400 – 600 mg*h/L (steady state spiegel 17 – 25 mg/L)
  • Intraperitoneaal:
  • Streefspiegel >12 mg/L (AUC0-24: 400-600 mg*h/L). Overweeg in afstemming met de nefroloog bij spiegel >20mg/l of AUC > 600 de vervolggift uit te stellen en alvorens de geplande vervolggift nogmaals een spiegel af te nemen

 

Dosisaanpassing op basis van vancomycinespiegel

Overleg met (ziekenhuis)apotheker voor onderhoudsdosering.

 

Leverfunctiestoornis

Vancomycine wordt in geringe mate gemetaboliseerd. De leverfunctie zal weinig effect hebben op de farmacokinetiek van vancomycine. Er is dus geen dosisaanpassing nodig voor patiënten met leverinsufficiëntie.

 

Achtergrondinformatie

https://tdm-monografie.org/monografie/vancomycine

Zhang et al. PAGE 29 (2021) Abstr 9763 (www.page-meeting.org/?abstract=9763)

 

Related medications
Metadata

Bijgewerkt: 03/27/2023 - 10:11
Status: Published